De bossen van Maria-Aalter zijn een minder gekend pareltje aan de Meetjeslandse kroon. Hier wisselen heide en naaldbomen elkaar af, wat in combinatie met de loodrechte dreven een fraai fiets- en wandeldecor oplevert. Tussen knooppunten 1 en 99 fiets je door het Hooggoed, een groot heidebos met een speelzone voor de kinderen. Omdat de bodem hier zo zanderig is, noemt men dit gebied ook wel eens Egypteveld. In de 18de eeuw was het bos eigendom van twee jezuïetenkloosters. De paters hebben de Aalterse heide intensief bebost: eerst met loofhout, daarna met naaldhout.
Het bos krioelt van de dieren, met op kop de zwarte specht die elk jaar een nieuw nest uithakt in de dikke loofbomen. Met veel animo, want zijn luide roep weergalmt door het hele Hooggoed. Met enig speurwerk spot je misschien ook een rode eekhoorn of een wezel. Ook buizerds, sperwers, ransuilen, boomklevers en boomkruipers broeden in het Hooggoed.